Henk van den Brandhof

Op de grens van herfst en winter rijden we vanuit de beboste rand van Ede richting Arnhem. Daar waar de bomen overgaan in heidegrond hebben we afgesproken met schaapherder Henk van den Brandhof. Als 26 jaar trekt hij dagelijks met zijn kudde de Ginkelse Heide op. Een eenzaam bestaan? Dat blijkt mee te vallen.

Bij de schaapskooi, pal tegenover restaurant Juffrouw Tok, brengt Henk de 155 Veluwse heideschapen al in beweging. De hekken gaan los en als een Romeinse legereenheid lopen de schapen aaneengesloten de heide op, vacht aan vacht. “Heel soms belandt een hond van een wandelaar tussen de schapen, het is een heel gedoe om die er weer tussenuit te krijgen”, vertelt Henk als we de kooi al enkele honderden meters achter ons hebben gelaten. De schapen zijn al vooruitgelopen en verspreiden zich nu, op zoek naar vulling van hun maag. “Ze hebben ongeveer zes uur nodig om hun pens te vullen”. De herdershonden Amy en Tjip (in opleiding) houden een oogje in het zeil.

Doe een wens

Wie denkt dat de Edese schaapherder alleen met zijn dieren omgaat heeft het mis. Als medewerker van de Stichting Edese Schaapskudde heeft Henk óók oor en oog voor mensen. Omdat er naast de schaapskooi een grote parkeerplaats is aangelegd, komen bezoekers uit heel Nederland de kudde bewonderen. Zeker in de lammetjestijd tussen winter en voorjaar. Soms zijn er bijzondere bezoekers en dat zijn voor de schaapherder vaak kostbare momenten. “Bijvoorbeeld als de stichting Doe een wens met een ongeneeslijk ziek kindje op bezoek komt. Dat wil dan heel graag nog een keer de lammetjes aaien.” Ook aan de bijzondere fotoshoots met bands als Pussycat, Luv en Normaal bewaart hij goede herinneringen. En recent was de Belgische versie van Holland Got Talent voor opnames te gast op de heide. Staat er opeens een meisje de sterren van de hemel te zingen.

Romantiek

Veel Nederlanders hebben een romantisch beeld van het herdersbestaan, mede gevoed door Bijbelse verhalen over de Goede Herder en vaderlandse liedjes als ‘Op de grote stille heide’. De realiteit is dat het herdersleven stevig aanpoten is. “Je bent er iedere dag, zeven dagen per week, mee bezig. En zoals nu, in het late najaar, is het vaak koud en vochtig. Om dit werk te kunnen doen moet je tegen eenzaamheid kunnen en geen problemen hebben. Want dan ga je piekeren.” Voor Henk 26 jaar geleden het herderswerk van zijn vader overnam, werkte hij in de bouw. “De eerste drie jaar moest ik afkicken. Dan zat ik bij de kudde en dacht: ik zit hier te niksen. In de bouw was het altijd hollen. Hier ging ik auto’s tellen die over de provinciale weg reden...” Overigens was Henk heel vertrouwd met het leven op de heide. “Thuis hadden we een gezin met elf kinderen. We gingen vaak met onze vader mee, had onze moeder ook een beetje rust thuis”.

Stipje

Op de vraag wat Henk’s favoriete jaargetijde en weer is, antwoordt hij resoluut: “25 graden en zon. Dan kun je op de droge grond zitten of liggen. Met dat weer heb je ook meteen meer publiek en komen er groepen naar de schaapskooi. De periode van oktober tot januari is om die reden de minst leuke. Dan zijn er weinig bezoekers, is het stil op de hei en bovendien koud en nat”. Wordt het te druk, dan loopt Henk gewoon de heide op, de stilte en eenzaamheid tegemoet. Dat doet hij ook als we afscheid nemen. Na een paar minuten is de herder van de Ginkelse Heide niet meer dan een stipje aan de horizon.

Niet aaien svp

Lief zijn ze, nietwaar, de herdershonden Amy en Tjip (10 maanden). Het is voor bezoekers van de heide dan ook erg aantrekkelijk om ze aan te halen en aaien. En toch is dat nou net iets wat Henk van den Brandhof niet wil. “Heel eenvoudig, ze moeten op de kudde letten, niet op mensen. Dat is hun werk”.

Na een paar minuten is de herder van de Ginkelse Heide niet meer dan een stipje aan de horizon.

Veel Nederlanders hebben een romantisch beeld van het herdersbestaan.